Afvalverwerkingsbedrijven en dierentuinen hebben veel Categorie 3 materiaal (dierlijke bijproducten) en mest. In categorie-3 materiaal kan vlees en visresten zitten, evenals geringe hoeveelheden plastic. Het gaat om bijv. voedsel dat over de datum is. Dit mag uiteraard niet in de voedselketen terecht komen. Daarom mag aan landbouwhuisdieren geen categorie-3 materiaal worden gevoerd. Ter bescherming van de gezondheid van mens, dier en milieu: het gaat om voedselveiligheid.

Toch wringt hier iets. Neem de volgende drie voorbeelden:
A.) Als larven van de Zwarte Soldaat Vlieg op mest of Categorie 3 materiaal worden vetgemest om er daarna biologisch afbreekbare chemicaliën van te maken voor de verfindustrie heeft dat niets met voedselveiligheid te maken.
B.) Als een afvalverwerkingscombinatie ervoor kiest om het ingezamelde organisch afval niet langer te verwerken door blootstelling aan de lucht, maar het sneller, milieuvriendelijker en bedrijfseconomisch verstandiger door larven van de Zwarte Soldaat Vlieg te laten verteren, kan die afvalverwerker van deze larven een grote hoeveelheid chemicaliën laten maken, en verkopen aan de industrie: als biologisch afbreekbare grondstof voor biodiesel, bioplastics, kleefstoffen, coatings en groene chemicaliën. Dit raakt de voedselveiligheid niet en komt het verdienmodel van de afvalverwerkingscombinaties ten goede (ze kunnen extra inkomsten genereren uit het eindproduct).
C.) Als een dierentuin de mest van de dierentuindieren afbreekt met BSF-larven om op die manier een educatieve attractie te realiseren over circulariteit en daarbij te besparen op de voerkosten (omdat de larven worden gevoerd aan de apen en de vele vogels), is ook daar de voedselveiligheid niet in het geding.

De EU-regels laten hiervoor echter geen ruimte. Daarmee blokkeren ze een prachtige oplossing voor het stikstofprobleem. Want het kan eenvoudig:
1. Verzamel mest van rundvee en pluimvee.
2. Laat het opvreten door larven van de Zwarte Soldaat Vlieg.
3. Maak biologisch afbreekbare chemicaliën van die larven.
4. Verkoop die chemicaliën aan een vooraf gecontracteerde partij in de industrie.
5. Zorg voor een sluitende administratie waarmee je kunt verantwoorden wie wat heeft ontvangen.

Gevolg: de hoeveelheid stikstof vermindert zeer aanzienlijk en op een duurzame manier. Mest wordt afgebroken op de manier zoals het in de natuur is bedoeld: door larven. Voedselveiligheid is niet in het geding.
Maar het mag niet. Want in verband met voedselveiligheid mag je aan insecten geen mest voeren. Maar de voedselveiligheid is niet in het geding! Ja, maar toch mag het niet.

Hierover is al in 2018 gecommuniceerd met de Eurocommissaris. Er lijkt hier inderdaad ruimte voor een alternatieve methode om mest te gebruiken, gezien diens antwoord. Maar dat is een lange weg:
1. eerst een positief advies van de EFSA
2. dat komt er pas na een positief advies van een lidstaat, voor Nederland is dat het ministerie van LNV
3. LNV vraagt om advies aan de NVWA. En daar gaat het mis. De NVWA is een handhavingsorganisatie die hier wordt ingeschakeld op een strategisch vraagstuk (nl kunnen we het feit dat insecten vallen onder de definitie Landbouwhuisdier heroverwegen?). De NVWA handhaaft de regel dat aan insecten geen mest gevoerd mag worden. Dus LNV krijgt van de NVWA een negatief advies. Logisch, want handhaving is de taak van de NVWA. Er moet dus geen advies worden gevraagd aan de NVWA, maar aan een strategische denktank voor LNV die tot doel heeft innovaties mogelijk te maken door zinloze wettelijke kaders op te ruimen.

Zo wordt deze innovatie geblokkeerd. De EU wet die van toepassing wordt verklaard (EU regel 1069 – 2009) is niet voor deze situaties bedoeld. De EU-commissaris begreep dit en was al in 2018 bereid de voedselcatalogus voor insecten (geproduceerd voor de industrie) uit te breiden. Nu de rest nog. Hoe krijgen we dat voor elkaar?

Menu